Zoölogisch Museum Amsterdam

De collecties van het Zoölogisch Museum van Amsterdam zijn vanaf 2011 ondergebracht in het Nederlandse Centrum voor Biodiversiteit Naturalis te Leiden. Het museum zal per 1 januari 2013 definitief opgeheven worden.

Op deze pagina:

Geschiedenis Zoölogisch Museum Amsterdam

Het Zoölogisch Museum Amsterdam (ZMA) komt voort uit de natuurhistorische collecties van het Genootschap Natura Artis Magistra – Artis in de volksmond. Het Genootschap, opgericht in 1838, wilde naast het tonen van levende dieren ook opgezette dieren, schelpen, sponzen, krabben, kreeften en ander dood materiaal tentoonstellen. Ter lering ende vermaak. Zeekapiteins die op de Oost en de West voeren, kwamen met exotisch nog nooit eerder gezien ‘materiaal’ naar Amsterdam en schonken of verkochten hun meegebrachte levende en dode dieren aan Artis. Ook liefhebbers en wetenschappers deden dat. Zo groeide de verzameling. Van een systematische ordening en nauwgezette etikettering was nog geen sprake. Dat veranderde radikaal toen de Duitse anatoom en zooloog Max Weber werd aangesteld als buitengewoon hoogleraar in de vergelijkende anatomie, de zoötomie en het zoölogisch deel der palaeontologie. Samen met zijn  hartsvriend Coenraad Kerbert, die in 1890 directeur van Artis werd bouwde hij de zoölogische collectie tot een internationaal vermaard museum op. Weber trok er op uit: naar de Noordpool, Zuid Afrika en twee maal voor vele maanden naar de Indonesische archipel. Hij kwam na zijn beroemde Siboga-expeditie (1899-1900) – de eerste Nederlandse oceanografische expeditie – met meer dan 100 grote kisten vol onbekende dieren en honderden nieuwe soorten terug. Toen ontstond bij Weber het idee een geheel nieuw zoölogisch museum te bouwen om al dit materiaal te showen. Voor zijn vertrek met de Siboga werd Weber in september 1898 benoemd tot directeur van het Zoölogisch Museum Amsterdam en werden zijn onderwijstaken  geminimaliseerd. De collecties van Artis en die van de Gemeentelijke Universiteit werden nu officieel samengevoegd. Weber zou zijn hele verdere leven, bijgestaan door specialisten, besteden aan het uitwerken en publiceren van het verzamelde Siboga-materiaal en aan het verder uitbouwen van het museum. In 1922 ging de founding father van het ZMA met pensioen. Maar hij hield niet op invloed uit te oefenen op zijn opvolgers en leerlingen Lieven de Beaufort en Hendrik Engel zetten tot ver na W.O. II de ‘Weber-aanpak’ voort. 1939 was een fataal jaar. Artis werd failliet verklaard. De Gemeente Amsterdam nam de gebouwen, de levende en dode verzamelingen over en het Genootschap Artis Natura Magistra zou zich van nu af aan op levende dieren gaan concentreren. Maar de samenwerking met de Universiteit bleef nog wel bestaan. De Gemeente gaf het beheer van bibliotheek en alle zoölogische - dode – verzamelingen over aan de Universiteit. Zo’n 60 jaar later kon op haar beurt de Universiteit van Amsterdam de collecties niet langer meer beheren. Er was geen geld meer. De Rijksoverheid sprong in en stelde in 2010 een structureel budget beschikbaar voor het nieuw op te richten Naturalis Biodiversity Center in Leiden, een samenvoeging van Naturalis, het Nationaal Herbarium Nederland en het ZMA. In het voorjaar van 2011 startte de verhuizing en ruim 13 miljoen dieren gingen van Amsterdam naar Leiden. Toen die verhuizing in december van dat jaar achter de rug was, bestond het ZMA niet langer meer. Aan Webers droom was voorgoed een einde gekomen.

Jaarverslagen

Gepubliceerd door  Bijzondere Collecties UvA

Ella Reitsma

26 augustus 2012