Geschiedenis van de uitvoerende kunsten

Stadsschouwburg Amsterdam

Toneel in de Schouwburg van Amsterdam

Dit verzamelgebied betreft de geschiedenis van alle uitvoerende kunsten. Met name de muziek, het toneel en de dans zijn goed vertegenwoordigd. Een kleiner deel is gewijd aan circus, cabaret, opera, operette, mime en poppenspel.

Dankzij de belangstelling voor Nederlandse letterkunde waren er al vroeg toneelstukken opgenomen in de Stadsbibliotheek van Amsterdam. Een zwaartepunt werd het toneel met de schenking van de verzamelingen van J.J. en P.J. Teding van Berkhout uit circa 1858 en het omvangrijke legaat van de Amsterdamse toneelliefhebber Johannes Hilman uit 1881. In 1900 werd het domein verzwaard met een grote hoeveelheid oude toneelstukken, geschonken door H.J. Mehler en de aankoop van een interessante collectie toneelprogramma’s.

De circuscollectie dankt haar ontstaan aan het legaat van de circusliefhebber K.D. Hartmans uit 1963. Het bijgeleverde fonds kon worden ingezet voor de uitbreiding van de collectie.

De muziekcollectie is afkomstig van de Maatschappij tot Bevordering van de Toonkunst en de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis. De historische collectie van deze instellingen werd al tussen 1881 en 1955 beheerd door de Universiteitsbibliotheek, maar pas in 2008 definitief overgedragen aan de Bijzondere Collecties.

Een verveelvoudiging van de collecties op al deze gebieden vond plaats in 2012, toen de collecties van het Muziek Centrum Nederland en het Theater Instituut Nederland in hun geheel werden overgedragen aan de Bijzondere Collecties.

Theater Instituut Nederland

In 1925 werd de Vereniging ‘Het Toneelmuseum’ opgericht, op initiatief van Jac. Rinse, met als basis de verzameling theaterrealia van A.Th. Hartkamp. Op 28 april 1960 opende het Toneelmuseum op de locatie Herengracht 168. In 1978 besloten Toneelmuseum, Internationaal Theater Instituut en Theater Klank en Beeld te fuseren tot het Nederlands Theater Instituut. In 1992 ging dit instituut samenwerken met het Nederlands Instituut voor de Dans, het Nederlands Mimecentrum en het Nederlands Poppenspel Instituut, die inmiddels in de aanpalende panden gehuisvest waren. De naam van de nieuwe organisatie werd Theater Instituut Nederland. In 2000 kwam aan deze periode van expansie een eind. Bezuinigingen leidden tot uitkleding van de organisatie en uiteindelijk tot opheffing in 2013. Na een mislukte poging om een theatermuseum in de Amsterdamse Stopera te vestigen werd de collectie als geheel eind 2012 overgedragen aan Bijzondere Collecties.

De collectie van Theater Instituut Nederland is zeer divers van samenstelling. De collectie bevat materialen en gegevens over alle theater- en dansgenres. In totaal zijn er meer dan een miljoen objecten. De collectie geeft een beeld van de theater- en dansgeschiedenis van Nederland vanaf de zeventiende eeuw. In de collectie vind je ook de maatschappelijke culturele context.

Muziek Centrum Nederland

Het Muziek Centrum Nederland ontstond in 2008 als een fusie van zeven verschillende ondersteunende muziekorganisaties. Vier ervan brachten een eigen collectie in:

Stichting Donemus (Documentatie Centrum Nederlandse Muziek) werd in 1947 opgericht om de Nederlandse hedendaagse muziek te promoten. Daartoe gaf de stichting partituren uit en verzamelde documentatie over de Nederlandse muziek. De collectie is mede opgebouwd als ondersteuning van de muziekuitgeverij en bestaat uit de uitgegeven partituren, documentatie over de uitgegeven componisten en hun composities, alsmede audio-opnamen van uitvoeringen van de werken. Met name bij de audio-opnamen zitten unieke opnamen.

Stichting Gaudeamus werd opgericht in 1945 met het doel de ontwikkeling van jonge componisten en musici wereldwijd te ondersteunen. Jonge componisten kunnen werk inzenden, waarvan een selectie wordt uitgevoerd tijdens de Muziekweek. Daarnaast organiseerde Gaudeamus het Vertolkersconcours waarbij jonge musici hedendaagse muziek uitvoeren.

Het Nationaal Pop Instituut werd in 1975 opgericht als organisatie ter promotie van de Nederlandse Popmuziek, van pop en rock, tot hiphop, dance en wereldmuziek, waarbij de nadruk lag op onafhankelijk uitgebracht materiaal. Bij de collectie lag de nadruk op documentatie, boeken en tijdschriften, en (demo)materiaal van popmuzikanten. In 1997 werden de lp’s en ep’s overgedragen aan Stichting Beeld en Geluid (Fonos), cd’s en cassettes bleven bij het instituut. Vanaf 1993 werd het tijdschrift FRET gepubliceerd, en in 1999 kwam de Nederlandse Popencyclopedie online.

De stichting Nederlands Jazz Archief werd in 1980 opgericht met het doel om de geschiedenis van de jazz in Nederland vanaf circa 1900 vast te leggen en toegankelijk te maken. Verzameld zijn collecties en archieven van mensen of organisaties die zich op enigerlei wijze bezig houden met jazzmuziek, bijvoorbeeld als muzikant, als organisator, als journalist of als verzamelaar. Daarnaast werden lp’s en later cd’s uitgegeven met de belangrijkste jazzmuzikanten en -groepen. De geschiedenis van de jazzmuziek in Nederland werd vastgelegd in het kwartaaltijdschrift Jazzbulletin.

Positionering

Theaterencyclopedie button, Bijzondere Collecties, UvA, Theatercollectie

Theaterencyclopedie.nl

Op het gebied van theater en muziek beheren de Bijzondere Collecties momenteel de grootste collectie van Nederland. Vooral de theatercollectie wordt intensief gebruikt door onderzoekers en studenten theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, maar ook door niet-academische gebruikers. De muziekcollecties worden regelmatig ingezet bij publieksactiviteiten.

Collectieprofiel

  • Theater en theatergeschiedenis, met name van Nederland
  • Toneelteksten, met name Nederlandse
  • Geschiedenis van de dans, met name van Nederland
  • Geschiedenis van het circus
  • Nederlandse theaterproducties
  • Het Amsterdamse theater
  • Scenografie
  • Oude muziek en muziekgeschiedenis, met name geestelijke en wereldlijke liedboeken, stemboeken, liedbladen en boeken over muziek
  • Hedendaags gecomponeerde muziek, met daarin het fonds van uitgeverij Donemus
  • Jazz en geimproviseerde muziek: geschiedenis en archieven
  • Popmuziek: documentatie, demo-opnamen en archieven

Belangrijkste collecties Universiteitsbibliotheek

 Collecties Theater Instituut Nederland

  • Boeken en teksten (1550–2011)
  • Tijdschriften ( 1730–2011)
  • Programmaboekjes (1751–2011)
  • Affiches (1847–2011)
  • Prenten en tekeningen (1700–2011)
  • Foto’s (1860–2011)
  • Bladmuziek (1817–2011)
  • Brieven (1780–2000)
  • Archieven (1810–2011)
  • Knipsels (1890–2011)
  • Maquettes (1913–2008)
  • Papieren en miniatuurtheaters (1781–1970)
  • Kostuums (1805–2011)
  • Maskers (1947–1985)
  • Poppencollectie (1900–1985)
  • Munten, penningen en sculpturen (1737–2010)
  • Schilderijen (1550–2002)
  • Curiosa (1850–2011)
  • Video (1928–2011)
  • Audio (1900–2008)
  • Data van producties (database 1751–2011)

Collecties Muziek Centrum Nederland

Collectie van de muziekuitgeverij Donemus (1945–2012)

  • Eigen uitgaven van hedendaagse gecomponeerde muziek in Nederland en opnames van bijbehorende uitvoeringen
  • Literatuur en documentatie over de eigen componisten

Collectie Gaudeamus (1945–2012)

  • Bladmuziek en geluidsopnames van jonge componisten, uitgevoerd tijdens de Gaudeamus Muziekweek
  • Hedendaagse muziek van muziekuitgeverijen en platenmaatschappijen  

Collectie Nederlands Jazz Archief (1900–2012)

  • Archief Michiel de Ruyter (1925–1990)
  • Documentatie Paul Acket (1940–1992)
  • Collectie Jacques Waisvisz (1974–1999)
  • Archieven Jazzclubs (1930–1970)
  • Collecties fotografen (1940–1990)

Collectie van het Nationaal Pop Instituut

  • Demo-opnamen Nederlandse popmuziek (1975–2012)

Topstukken

Gepubliceerd door  Bijzondere Collecties UvA

20 juni 2018